De vlucht van de grote beer
In 2002 verscheen mijn eerste boek, De vlucht van de Grote Beer. De wat nu als in dit boek is: wat nu als een uitvinder diens uitvinding verstopt op een plek waar je eigenlijk de uitvinding voor nodig hebt om te kunnen bereiken? In diepere zin gaat dit boek over macht: als je macht hebt, maar de prijs die je betaalt om die macht uit te oefenen is torenhoog, heb je dan eigenlijk die macht nog wel?
De vlucht van de Grote Beer gaat over dat vraagstuk. Een week na de lancering krijgt de bemanning van de Daedalus te horen dat hun bestemming niet Mars is, maar Phobos, een van Mars’ manen. Volgens deskundigen zou daar in 1977 namelijk een UFO zijn neergestort. Astronaut en bioloog George Kubrick verwondert zich over de geheimzinnigheid rond de missie waar hij aan deelneemt. Dan doet Kubrick een afschuwelijke ontdekking waardoor hij beseft dat Phobos zijn laatste rustplaats zal worden en hij de aarde nooit meer zal terugzien.
Stanley Lucassen is wetenschapsjournalist. Hij ontvangt een e-mail van Kubrick, gestuurd vanuit de Daedalus, waarin die hem deelgenoot maakt van zijn ontdekking. Aanvankelijk kan Lucassen Kubrick’s noodkreet niet plaatsen, totdat blijkt dat er een buitengewone belangstelling voor dat bericht is. Terwijl de wereld zich vergaapt aan beelden van de UFO, doet Lucassen zijn uiterste best de waarheid rond de Daedalus boven tafel te krijgen.
Spannend – wetenschappelijk – realistisch
De vlucht van de grote beer zette eigenlijk neer wie ik als schrijver ben. Ik houd van boeken die uitgaan van één centrale ‘what if?’ Wat nu als we de Aarde zo uitputten dat we over een paar generaties verzanden in eindeloze oorlogen, en aliens op een briljante en afschuwelijke manier ingrijpen om ons daarvoor te behoeden? Richard Charles Wilson laat z’n aliens in Spin onbekend, ongekend, en onverklaard, maar het levert een prachtig coming of age-verhaal op waarbij de nadruk ligt op wat de wetenschap dat de aarde verdoemd is doet met de personages en hun levens, niet zozeer op de technische kant van de manier waarop de aliens ingrijpen. De ingreep bestaat eruit dat de aarde gevat wordt in een immense cocon waarin de tijd extreem vertraagd wordt: elke seconde die op aarde verstrijkt, duurt in de rest van het heelal drie jaar. Gevolg: nog tijdens onze generatie is de zon door z’n branduren heen en zal de aarde vernietigd worden.
Wat nu als je je leven opnieuw zou kunnen leven, maar dan met de kennis van die je tijdens je leven hebt opgedaan? The first fifteen lives of Harry August van Claire North heeft precies dat vraagstuk als thema. Het wordt nooit helemaal duidelijk waarom Harry telkens opnieuw geboren wordt, maar Norths uitwerking is zo grondig, dat je brein ervan in de knoop raakt.
Deze verhalen zijn goede voorbeelden wat een verhaal moet zijn: spannend, een boeiende ‘what if’, een vleugje wetenschap, en realistisch in de zin dat er geen getover of metafysische verklaringen aan te pas komen. Het is in beide gevallen ook nauwelijks science fiction, al wordt Wilson wel onder die noemer verkocht.
Hoewel de drukinkt van De vlucht van de grote beer nog nat was, was ik daarom al een eind op weg met een verhaal dat als werktitel Amazone had.